14

Lydia had gelijk. Er waren zes weken verstreken sinds Rosies aankondiging van de zwangerschap. Maar ondanks het opstellen van het tegelschema ter ondersteuning van het Baby Project, had ik nog vrijwel niets gedaan om me voor te bereiden op de komst en het onderhoud van een kind, behalve het inkopen van de ingrediënten voor één zwangerschapsvriendelijke maaltijd en het ondernemen van een excursie die tot het Speeltuin Incident had geleid.

      Gene had het mis. Onze voorouders konden misschien op hun instincten vertrouwen, maar in een wereld waar men regels opstelde voor het bezoeken van speeltuinen en waar men de keuze had tussen tofoe en pizza was dat niet voldoende. Hij had echter wel gelijk met zijn advies om het probleem op mijn eigen manier op te lossen, vanuit mijn sterktes. Maar ik moest daar nu mee beginnen en niet wachten tot na de geboorte van de baby.

      Mijn zoektocht naar geschikte teksten over de praktische zaken rond een zwangerschap leverde een aanzienlijke lijst op. Ik besloot te beginnen met een gerenommeerd boek, als algemene introductie op het onderwerp. Voor meer informatie kon ik dan de meer gespecialiseerde teksten raadplegen waarnaar dit boek verwees. De verkoper van de boekwinkel op de medische faculteit raadde me de vierde druk van In verwachting – Wat kun je verwachten? van Murkoff & Mazel aan, waarbij hij wel opmerkte dat sommige lezers dit wat te technisch vonden. Perfect. Het boek was geruststellend dik.

      Na een korte bestudering van In verwachting had ik zowel enkele positieve als negatieve kenmerken gesignaleerd. Het aantal onderwerpen dat werd behandeld was indrukwekkend, hoewel veel informatie irrelevant was voor Rosie en mij: we hadden geen kat wiens ontlasting wellicht tot infecties kon leiden; we waren geen cocaïnegebruikers; Rosie was niet bang dat ze een slechte moeder zou zijn. De bronvermelding was echter onder de maat, een fout die ongetwijfeld voortkwam uit het feit dat het boek voor een non-academisch publiek was geschreven. Maar ik was iemand die overal bewijs voor wilde zien.

      Het eerste hoofdstuk dat ik las heette: ‘Negen maanden gezond eten’. Dit bood het overkoepelende overzicht waar ik naar op zoek was, waarbij de beste onderzoeken naar voeding tijdens de zwangerschap als basis dienden voor praktische aanbevelingen. Of dat was tenminste de opzet.

      De titel van het hoofdstuk herinnerde me er wederom aan dat Rosie en de foetus negen weken lang niet gezond hadden gegeten, en daarnaast nog eens drie weken lang niet volgens de regels hadden gedronken, dankzij het gebrek aan planning. Ik wist dat sommige giftige stoffen de placentabarrière konden passeren. Maar reeds geconsumeerde alcohol kon niet meer ontconsumeerd worden. Ik kon me beter richten op de zaken waar ik nog wel invloed op kon uitoefenen en accepteren dat bepaalde zaken niet meer konden worden veranderd.

      Zoals verwacht werd er vooral voor lokale en biologische producten gepleit. Dit was een onderwerp waar ik al eens eerder onderzoek naar had gedaan, vanwege de mogelijke voordelen voor de gezondheid en de portemonnee. Elk zwangerschapsadvies dat zich beroept op de stelling ‘natuurlijk is beter’ zou moeten worden ondersteund door statistieken over kinderen die in een ‘natuurlijke’ omgeving opgroeien, zonder afwisselende voeding, antibiotica of steriele operatiekamers. Uiteraard vergezeld van een nauwgezette definitie van ‘natuurlijk’.

      De discrepantie tussen mijn uitvoerig onderzochte conclusies over biologische producten en de samenvatting in het boek was een goede waarschuwing dat ik de aanbevelingen niet zomaar moest overnemen zonder primaire bronnen te raadplegen. Maar tot die tijd had ik geen andere keuze dan erop te vertrouwen dat In verwachting de best beschikbare bron van informatie was. Ik bladerde het boek verder door en leerde wat interessante feitjes, waarna ik de rest van de middag besteedde aan het samenstellen van een Gestandaardiseerd Maaltijdsysteem (Zwangerschapsversie) gebaseerd op de aanbevelingen uit het boek. Deze taak werd vergemakkelijkt door Rosies afkeer van vlees en niet-duurzame vis, aangezien dit de opties beperkte. Ik was ervan overtuigd dat het resulterende menu een adequate, voedzame basis zou bieden.


Zoals wel vaker het geval is binnen de wetenschap bleek het implementeren van het Maaltijdsysteem lastiger dan het opstellen ervan. Rosies aanvankelijk negatieve reactie op de tofoe had me moeten waarschuwen. Ik moest goed beseffen dat ik dan misschien wel meer informatie had ingewonnen, maar dat dit op zichzelf niets veranderde aan Rosies opvattingen. Logisch, maar tegenintuïtief. Rosie bracht het onderwerp zelf al ter sprake voordat ik erover kon beginnen.

      ‘Waar had je die gerookte makreel gehaald?’ vroeg ze.

      ‘Irrelevant,’ zei ik. ‘Hij was koud gerookt.’

      ‘Dus?’

      ‘Koud gerookte vis is verboden.’

      ‘Waarom?’

      ‘Daar kun je ziek van worden.’ Ik was me ervan bewust dat mijn antwoord nogal vaag klonk. Ik had nog geen tijd gehad om me te verdiepen in het bewijs achter deze niet-gedocumenteerde bewering, maar op dit moment moest ik er maar van uitgaan dat dit het best beschikbare advies was.

      ‘Er zijn zoveel dingen waar je ziek van kunt worden. Op dit moment voel ik me elke ochtend beroerd, maar ik heb wel trek in gerookte makreel. Dat is waarschijnlijk een signaal van mijn lichaam, om me te laten weten dat ik gerookte makreel nodig heb. Koud gerookte makreel.’

      ‘Je kunt beter een minimaaltijd van sojabonen en zalm uit blik eten. Het fijne daaraan is dat het snel klaar is, dus je kunt meteen je honger stillen.’ Ik liep naar de koelkast en pakte deel één van Rosies avondeten.

      ‘Minimaaltijd? Wat is een minimaaltijd?’

      Het was maar goed dat ik onderzoek deed naar zwangerschapsgerelateerde zaken. Het was wel duidelijk dat Rosie zich er amper in had verdiept.

      ‘Dat is een gedeeltelijke oplossing voor het misselijkheidsprobleem. Je kunt beter zes minimaaltijden per dag eten. Ik heb al een tweede maaltijd voor je klaarstaan voor vanavond 21.00 uur.’

      ‘En jij dan? Eet jij ook om negen uur?’

      ‘Natuurlijk niet. Ik ben niet zwanger.’

      ‘En hoe zit het met mijn andere vier maaltijden?’

      ‘Die staan al voorverpakt in de koelkast. Een ontbijt plus drie maaltijden voor morgen overdag.’

      ‘Shit. Ik bedoel, dat is heel aardig van je, maar... Je hoeft echt niet zoveel moeite te doen. Ik haal wel iets bij de kantine van de uni. Sommige dingen daar zijn best oké.’

      Dit was in tegenspraak met haar eerdere klachten over de kantine.

      ‘Je moet de verleiding zien te weerstaan. We moeten plannen, plannen en nog meer plannen. Dat is beter voor de gezondheid van zowel de moeder als de foetus.’ Ik citeerde uit Het Boek. In dit geval kwam het advies van In verwachting overeen met mijn eigen ideeën. ‘Bovendien moet je je koffieconsumptie beperken. Koffiezaken hanteren variabele hoeveelheden. Daarom raad ik je aan thuis bij het ontbijt één standaardkop koffie te drinken en op de universiteit alleen cafeïnevrije koffie te nemen.’

      ‘Je hebt je ingelezen, of niet?’

      ‘Correct. Ik raad In verwachting – Wat kun je verwachten? aan. Dat is specifiek gericht op zwangere vrouwen.’

      Ons gesprek werd onderbroken door de komst van Gene, die inmiddels een eigen sleutel had. Hij leek in een goed humeur te zijn.

      ‘Goedenavond allen, wat eten we vandaag?’ Hij zwaaide met een fles rode wijn.

      ‘Oesters uit New England als amuse, carpaccio als voorgerecht, kort gebakken New Yorkse biefstuk met een kruidenkorstje en alfalfasalade als hoofdgerecht, gevolgd door een selectie van blauwe en ongepasteuriseerde kazen, en tot slot een affogato met Strega-likeur.’ Nu we weer waren overgestapt op een maaltijdsysteem, had ik ook maaltijden samengesteld die geschikt waren voor Gene en mij, als niet-zwangere mannen die geen pescotariërs waren.

      Aangezien Rosie enigszins verbaasd keek, voegde ik eraan toe: ‘Rosie krijgt een curry van peulvruchten, zonder kruiden.’

      Het Boek waarschuwde voor irrationeel gedrag dat voortkwam uit hormonale schommelingen. Rosie weigerde haar minimaaltijd te nuttigen. In plaats daarvan proefde ze van elk gerecht dat Gene en ik aten, inclusief een klein hapje biefstuk (wat inging tegen haar principes om geen vlees en alleen duurzame vis te eten) en nam ze zelfs een slokje wijn.

      Het voorspelbare gevolg hiervan was dat ze de volgende ochtend misselijk was. Ze zat op ons bed, met haar hoofd in haar handen, toen ik haar erop wees hoe laat het was.

      ‘Ga maar alleen,’ zei ze. ‘Ik neem de ochtend vrij.’

      ‘Het is normaal om je niet lekker te voelen tijdens de zwangerschap. Dat is vrijwel altijd een goed teken. Het niet optreden van zwangerschapsmisselijkheid wordt in verband gebracht met een hoger risico op miskramen en afwijkingen. Je lichaam is waarschijnlijk een cruciaal onderdeel aan het produceren, een arm bijvoorbeeld, en probeert de kans op beïnvloeding door giftige stoffen te minimaliseren.’

      ‘Dat is flauwekul.’

      ‘Flaxman & Sherman, The Quarterly Review of Biology, zomer 2000. “Een evolutief mechanisme om afwijkingen als gevolg van giftige stoffen tegen te gaan.”’

      ‘Don, ik waardeer je inspanningen, maar dit moet ophouden. Ik wil gewoon normale maaltijden. Ik wil eten waar ik zin in heb. Ik voel me beroerd, en van sojabonen en zalm in blik zal ik me alleen maar slechter voelen. Het is mijn lichaam, dus ik bepaal wat ik ermee doe.’

      ‘Incorrect. Het zijn twee lichamen, en één daarvan bestaat voor vijftig procent uit mijn genen.’

      ‘Dus ik heb anderhalve stem en jij een halve. Ik win. Ik mag gewoon gerookte makreel en rauwe oesters eten.’

      De ontzetting was blijkbaar van mijn gezicht af te lezen.

      ‘Grapje, Don. Maar ik wil niet dat jij gaat bepalen wat ik wel en niet mag eten. Ik regel dit zelf wel. Ik zal me heus niet bezatten of me volproppen met salami.’

      ‘Je hebt gisteravond nog pastrami gegeten.’

      ‘Een heel klein beetje, om een punt te maken. Hoe dan ook, ik ben niet van plan nog vaker vlees te eten.’

      ‘En schelpdieren?’ vroeg ik, als test.

      ‘Verboden, gok ik?’

      ‘Verkeerd gegokt. Gekookte schelpdieren zijn acceptabel.’

      ‘Hoe belangrijk is dit nu helemaal? Ik bedoel, dit is echt iets voor jou, om je zo in de details vast te bijten. Judy Esler zegt dat zij zich tijdens haar zwangerschap nooit druk heeft gemaakt om wat ze at. Volgens mij loop ik meer kans om aangereden te worden op mijn wandeling naar Columbia dan om voedselvergiftiging op te lopen van een paar oesters.’

      ‘Ik vermoed dat je het mis hebt.’

      ‘Dat vermoed je? Dus je weet het niet zeker?’

      Rosie kende me veel te goed. Er stonden maar weinig harde feiten in Het Boek.

      Rosie stond op en raapte haar handdoek van de grond. ‘Maak maar een lijstje van dingen die ik niet mag eten. Maximaal tien. En geen algemene categorieën als “zoetigheid” of “hartigheid”. Jij bereidt het avondeten, maar overdag eet ik wat ik wil. Met uitzondering van de dingen op je lijstje. En geen minimaaltijden.’

      Ik herinnerde me wat buitengewoon onwetenschappelijk advies uit Het Boek, dat de grootste zwakte van de geneeskunde benadrukte. Het had betrekking op cafeïne: ‘Iedere arts heeft hier zo zijn eigen ideeën over, dus neem contact op met uw eigen arts...’ Ongelooflijk dat men individuele oordelen boven de bevindingen uit gedegen onderzoek plaatste. Maar dit bood me wel de gelegenheid een andere vraag te stellen.

      ‘Wat heeft je arts geadviseerd met betrekking tot je voeding?’

      ‘Ik heb nog geen afspraak kunnen maken. Ik heb het veel te druk met mijn proefschrift. Ik zal het binnenkort regelen.’

      Ik was verbijsterd. Ik hoefde Het Boek niet te raadplegen om te weten dat een zwangere vrouw regelmatig bij een gynaecoloog langs hoorde te gaan. Ondanks mijn bedenkingen over de bekwaamheid van sommige medici, leed het geen twijfel dat de betrokkenheid van een deskundige statistisch gezien tot een betere uitkomst leidde. Mijn zus was overleden door medische nalatigheid, maar ze zou zeker zijn overleden als ze helemaal niet naar een arts was gegaan.

      ‘Je bent al rijkelijk laat voor je achtwekenecho. Ik zal David Borenstein vragen wie hij aanbeveelt en een afspraak voor je maken.’

      ‘Dat hoeft niet. Ik regel het maandag wel. Ik heb met Judy afgesproken om te gaan lunchen.’

      ‘David is veel beter geïnformeerd.’

      ‘Judy kent iedereen. Laat het nu alsjeblieft maar aan mij over.’

      ‘Beloof je dat je maandag een afspraak zult maken?’

      ‘Of dinsdag. Het zou kunnen dat ik dinsdag met Judy heb afgesproken. Ze had het verschoven, maar het zou kunnen dat we het weer naar voren hebben gehaald. Dat weet ik niet meer.’

      ‘Je bent veel te chaotisch om een kind te krijgen.’

      ‘En jij bent veel te obsessief. Gelukkig ben ik degene die het kind krijgt.’

      En eerst was het nog: we zijn zwanger.